Hostels zijn er in soorten en maten en vooral kwaliteit. Als ik terugdenk aan de afgelopen nachten sprong pension Sandra in Vila Chã eruit maar dat was dan ook meer een B&B. Van de hostels is mijn top 3 van de 11 overnachtingen het hostel in Porto (vanwege de scheepskooien en het uitgebreide ontbijt), het hostel naast de basiliek op de berg in Viano do Castelo (vanwege de moderne, schone en ruime inrichting en de locatie) en het hostel van de afgelopen nacht in Pontevedra (modern, schoon, eveneens met scheepskooien). Maar nu is daar ineens een klein hostel in het buitengebied van Casalvito (Combarro) dat alles overtreft, ondanks dat het niet groot is. Zonder het van binnen te hebben gezien, weet ik dat ik de resterende etappe naar het klooster niet ga maken. Maar laat ik bij het begin beginnen, in Pontevedra.
Het centrum van Pontevedra is oud en een bezoek langer dan een avond meer dan waard. Vanaf het hostel lopen we langs de kerk van de Virxe Peregrina in de avondzon. Ik vraag me af waar en wanneer de combinatie van de Heilige Maagd is gekoppeld aan het bedevaartschap. Maar wat bazel ik, we zijn op weg naar aardse dingen: eten en drinken. Onze begeleidster weet een plek.
De oude stad kent een wirwar aan straatjes en pleinen die, met uitzondering van het lege plein voor de kerk, vooral met terrassen bezet zijn. Als we bij het restaurant zijn is onze reservering van zeven uur een wassen neus. Het gaat pas om acht uur open. Dat betekent niet dat het gesloten is, er zit genoeg volk en de televisie zendt een voetbalwedstrijd uit. Maar Spanjaarden houden eerst een soort borreltijd en dan ga je nog niet eten.
We vertrekken naar een ander plein om wat te drinken. Overal wordt geborreld en er wordt een schaaltje met chips of een soort plaatpizza in stukjes bij geserveerd. De ober valt bijna achterover als wij koffie en thee bestellen. Té?, zegt hij keihard om te checken of hij het goed hoort.
De bestelling duurt voor ons langer dan de na ons gekomen Spanjaarden die wijn bestellen. Maar het doodt de tijd en om acht uur lopen we één pleintje terug naar het restaurant. Dan is er nog geen plek maar ontstaat een vreemd tafereel. De uitbater wenkt ons te volgen. Via trappetjes en deurtjes leidt hij ons naar de achterkant van het pand, door een achterdeur buitenom, klopt aan bij een volgende deur en - er lijkt op smoestoon aan de deur te worden onderhandeld - leidt een volgende uitbater ons het naastgelegen pand binnen waar we opnieuw een trap opgaan. Alsof we een geheim genootschap zijn laat hij ons achter in een kleine ruimte met drie of vier tafeltjes, gekaderd door oude stenen muren en kleine vensters die uitzien op weer een volgend plein.
Het voelt goed, het blijkt een sfeervol restaurantje, aan een tafeltje zie ik nu een klein gezelschap zitten, en het ontbreekt nog net aan wit damast, kaarsen en hotelzilver. Het eten - we bestellen allemaal vis - smaakt geweldig.
De volgende ochtend, na het gebruikelijke ontbijt bij een bakkertje, bezoeken we de kerk voor een stempel en kijken er rond. Achterin het hoogaltaar staat de maagd met kind op de arm, uitgedost alsof ze Lodewijk XIV is. Ik loop naar buiten. De dakloze die gisteravond op een hoek van de straat onder een kleed lag te slapen met een stapel boterhammen naast zich, zit nu op een andere hoek in de hoop dat de voorbijlopende caminogangers hem wat geven.
In een stroom van pelgrims - tegen de lucht de rookwolken van een lokale brand - wandelen we de stad uit, de grote brug over en verlaten verderop de buitenwijken. Gebouwen maken plaats voor doorgaande wegen en spoorwegen en er komt meer en meer ruimte voor natuur. We snuiven de frisprikkelende geur van eucalyptusbomen op en lopen door kleine dorpjes waar de werkweek is begonnen. Ik voel me bevoorrecht. Het is een bijzondere ochtend. De lucht is blauw en de groene heuvels zijn nog in nevel gehuld. Maar er is nog iets bijzonder. Vijf kilometer buiten Pontevedra splitste de route zich en begonnen wij aan de camino espiritual, een variant van de camino portugues.
Geloofd wordt dat de overblijfselen van de apostel Jakobus (Jakobus de Meerdere) vanuit Jeruzalem per boot zijn overgebracht naar Padrón (Iria Flavia) om eeuwen later te worden herondekt en naar een voor hem gebouwde kerk uitgroeide tot bedevaartsoord en stad Santiago de Compostella. Sant Iago of Santiago is Sint Jakobus en volgens het bord bij de splitsing van de twee caminowegen is dit de camino onder de camino's omdat deze de weg van Jakobus volgt. Veel caminogangers hielden rechts, wij gingen links en volgen deze extra spirituele variant.
We lopen vlot door. Op bijna 8 kilometer, even voorbij de Igrexa de San Pedro de Campaño, pauzeren we met koffie of thee in de warme zon op het terras van een hotel tussen Barra en Cabaleiro. Het is bijna tien uur.
Daarna zakken we af naar Casalvito, een plaatsje aan de mooie getijdenbaai van Pontevedra tot we bij het hostel zijn. Hier scheiden tijdelijk onze wegen zich. Het is tegen twaalf uur. Vijf van de groep lopen de etappe verder naar een klooster, mijn wandelmaatje en ik houden een rustmiddag.
We doen inkopen bij een soort landwinkel op de hoek van de weg en picknicken in het gras langs de baai. Als het hostel met de toepasselijke naam Albergue Nuestra Señora del Camino geopend is, lopen we het weggetje terug naar boven. Eenmaal ingecheckt - wij hebben met nog twee van ons een familiekamer met eigen douche en toilet en twee stapelbedden naast elkaar geplaatst, de andere drie een gemengde slaapzaal met gedeelde sanitaire ruimte - ga ik eerst in alle rust douchen en kruip ik daarna in bed. Niet om te slapen maar overgeven aan het nietsdoen in het hotelachtig opgemaakte bed is genieten. Mijn opgezette voeten, aan weerskanten de buitenste twee tenen al meerdere dagen ingetapet vanwege de blaren, zijn me dankbaar.
Als de overige vijf na de klim met de taxi zijn teruggekomen, eten we 's avonds in Combarro, iets verderop. Het plaatsje is een grote verrassing, een authentiek vissersdorpje aan de baai van Pontevedra. Het heeft oude straatjes en huizen en kenmerkende voorraadschuren - hórreos - die vrijwel direct aan het water grenzen. Eten doen we in een lokaal visrestaurant bij de haven. Vanavond eet ik heek. Tot morgen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten