7 november 2021 | Tespelduyn en terug

Met een stevige bries uit het westen heb ik flink de wind in het gezicht. Maar dat heeft weer als voordeel dat de opgejaagde wolken nauwelijks kans krijgen hun water te laten vallen. Mooi weer dus voor een zondags ommetje.

Eerlijk gezegd is het geen ommetje maar een heen-en-weertje. Ik pak het tochtje van 6 kilometer op bij de rotonde van de Westelijke Randweg en loop over de Stationsweg richting het station. Onder mijn voeten ligt een langgerekte loper met een potpourri aan droge, oranjebruine herfstbladeren van eik, kastanje en beuk. Ze knisperen onder mijn voeten. Dat is het leuke aan de herfst.

Over de laanachtige weg loop ik richting het station. Het is een belangrijke oost-west-verbinding en daarom net te druk met autoverkeer om lekker ontspannen te kunnen lopen. Maar vandaag valt het bij vlagen helemaal stil. Bijna net zo stil toen alles stilviel in Nederland, hoe lang geleden alweer.

Na de ossenstal op de hoek wijken de bomen van Keukenhof en van het Keukenhofbosch om ruimte te maken voor weilanden en percelen hakbos. Als glimmende grootgrazers liggen de in zwart plastic verpakte hooibalen verspreid in de wei.


Voorbij het station, wat sinds jaar en dag een knusse uitbaterij huisvest, passeer ik het spoor - gelukkig, geen geklingel - en de brug over de Leidsevaart. Links in de bocht ligt het fietspad van de Tespellaan verstopt. Hier ga ik in. Verderop doemt links in het vlakke bollenland een grote bult op. Het oogt als een overblijfsel van een duin, het gebied eromheen afgegraven. Zo is immers het strakke bollenlandschap ontstaan. Voor de bult geldt dat misschien ook wel maar het is vooral een begroeide vuilnisbelt die nu is begroeid en aangekleed als golfterrein. De naam Tespelduijn een verwijzing naar een stuk duin - dus toch waar van die bult - , een landgoed en nu ook de uitspanning voor de vermoeide golfer.


De bult heeft sinds begin juli van dit jaar een nieuwe attractie. Vanaf de Tespellaan kun je via een brug het kunstmatige duin beklimmen. Een klim van 14 meter hoog, ruim 80 treden met vijf tussenliggende bordessen voor de volhouder die het niet in een keer haalt tot de top. Bovenaan de trap is een uitkijkpunt gemaakt, een soort stapeling van de bollenkuubskisten die zo kenmerkend zijn in dit landschap.


Eenmaal boven zie ik in zuidwestelijke richting de contouren van de skyline van Den Haag tot een zware bui vanaf de Noordzee het land binnendrijft. Den Haag lost op in een grijze lucht. Bij helder weer kun je in noordoostelijke richting zelfs tot in Amsterdam kijken. Jammer genoeg is de plaquette in het uitkijkpunt nu al verdwenen. De verschillende kerktorens aan de horizon wordt een beetje gissen.





Via dezelfde weg loop ik terug en dan over het landgoed Keukenhof. Het kasteel heeft de luiken aan binnenzijde gesloten voor de winter. Daarvoorbij loop ik langs een ingepakt washuisje. Het zou zo maar kunnen dat de bekende inpakkunstenaar het huisje onder handen heeft genomen. Tenslotte ligt het kunstmuseum er niet ver vandaan.




Via de tuin van de hofboerderij wandel ik door het bos terug over de lange, brede laan. Zo kom ik terug bij de rotonde. Op een enkele spetter na is het in tegenstelling tot Den Haag hier drooggebleven.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten