8 november 2020 | Elswout in de herfstzon

Dichtbij huis kan ik me bijna geen mooiere plek bedenken om op een zonnige dag van de herfst te genieten dan in buitenplaats Elswout in Overveen. Rijke Amsterdammers lieten in de 17e eeuw buitenplaatsen bouwen om zomers de ongezonde adem van de stad te kunnen ontvluchten. Er lijkt anno 2020 weinig veranderd. 


Ik weet het, ook ik hou me niet aan het advies om vooral thuis te blijven. Maar bij een tweede serie van thuiswerkweken en ommetjes in de buurt, snak ik naar een andere omgeving. En ik ben niet de enige. Waar ben ik aan begonnen. Wielrenners, bikers, e-bikes en gewone fietsen, wandelaars en hardlopers, motoren en auto's kriskrassen door elkaar. Timide onder deze kakefonie aan visuele prikkels rijd ik verder. Intussen probeer ik een alternatief te bedenken als blijkt dat de parkeerplaats of het landgoed uitpuilt van de bezoekers. Het valt mee. Het is druk maar niet te druk. Ik zet door.

Vanaf de parkeerplaats loop ik van de krioelende buitenwereld naar de relatieve rust van het landgoed voorbij de monumentale toegangspoort. Eerst maar eens rechtdoor, over de klinkers van de statige oprijlaan. Ik kies niet voor een rode of blauwe paaltjesroute maar begin met een omtrekkende beweging langs de westelijke rand. Dus sla ik tussen de koetshuizen linksaf en loop over het grasveld - het voelt als heiligschennis maar ik zie even geen pad - via de blauwe brug naar de rand van Elswout. Het landgoed heeft veel water en bruggetjes en daar ben ik gek op.


Aan de overkant ga ik rechts over de Kamp, het hoger gelegen deel van het landgoed. Rechts van me, voorbij het water van de vijver en het grasland met schapen heb ik leuk zicht op het huis met de markante trappen en terrassen. 



Elswout is een van de oudste buitenplaatsen van Nederland. Hoewel oorspronkelijk uit de 17e eeuw heeft men er in de loop der eeuwen aardig wat aan verspijkerd. Ook toen hield men van bouwen en verbouwen. Met elke nieuwe eigenaar werd geklust naar smaak of de laatste trends. Toch kun je er je hart ophalen aan bewaardgebleven historie.  

Ik loop verder over de Kamp. Het valt op hoeveel bomen aangetast, omgevallen of gekapt zijn. Met name de statige beuken langs de lagergelegen lanen lijken het slachtoffer. Maar daardoor valt er ook genoeg te fotograferen aan schimmels, houtzwammen en elfenbankjes. 




Inmiddels loop ik over lagergelegen paden en langs het water van de Zanderijvaart. Duinen werden al sinds de middeleeuwen afgegraven maar de intensiteit ervan nam hand over hand toe door de groei van de steden in de 19e eeuw. Gelegen aan de de landkant van de duinenrij had Elswout, net als bij buurman Duinlust van het Middenduin, een zandgroeve. Dat verklaart ook de aanwezigheid van het water want over water vervoerde men het afgegraven zand richting de stad. 



Gevolg van al die zandwinning is het ontstaan van hoogteverschillen. Maar dat is niet de enige oorzaak. Waren tuinen in de 17e eeuw strak en geometrisch aangelegd, vanaf de 18e eeuw kwam de landschapsstijl in trek. Met de aanleg van weides, waterpartijen, hoogteverschillen en variatie in bomen stapte men over op een natuurlijker en romantischer beeld van de natuur. 



De hoogteverschillen zijn dus ook bewust gecreëerd en aangelegd als 'wandeleilanden'. Zo kom ik al kuierend in het centrale deel van het landgoed, compleet met 'bergen' en Zwitserse bruggen. Elementen uit het buitenland waren al snel exotisch en dus interessant. Ook dat paste helemaal in de nieuwe landschapsstijl. Op de top van wat waarschijnlijk het hoogste punt van het landgoed is, pronkt een bordje in het mos. Helaas, geen aanduiding over bereikte hoogtemeters maar een dwingend verzoek er niet op te lopen. Het is niet alleen heel kwetsbaar, deze rondom bemoste berg wordt gezien als landschapskunst. En dat moet worden beschermd. Vanaf de Tempelberg heb ik prachtig uitzicht over de vijver in de richting het grote huis. Iets verderop heeft een jong stel een kleed uitgespreid in het gras en zijn volledig verdiept in hun boek. Ik daal af en ga via de brug het water over naar een volgend eiland. 





Voorbij de houten brug die in het kruispunt van deze wandeleilanden ligt, loop ik via de lagergelegen beukenlaan in de richting van het huis. Voorbij de folly van ka-buur, over de hangbrug en langs de weides van het Grote en het Kleine Stuk ga ik richting de theekoepel. Rechts in de verte zie ik de twee koetshuizen waar eerder ik tussendoor ben gelopen. Bij de theekoepel aangekomen speelt het zonlicht kiekeboe in de gekleurde ruitjes.
 




Niet uitgekeken geef ik nog maar eens een slinger aan mijn wandeling. Deze landschapsstijl moest uitnodigen tot flaneren en daarbij de wandelaar keer op keer verrassende doorkijkjes bieden, zo was de gedachte. En dat lukt ook nu nog. Al slenterend kom ik terug bij de vijver aan de voet van de Tempelberg. Bij het water staat een stokoude boom waarvan een zware lage tak is ondersteund zodat de - niet al te lange - wandelaar zijn of haar mijmertocht niet met een pijnlijke schok hoeft te onderbreken. 


De zon gaat stilletjes lager staan en het licht maakt langere schaduwen. Langs het sluisje en sluiswachterwoning, voorbij het tuinhuis en de Oranjerie - die nu ook noodgedwongen een take away is begonnen voor koffie en soep - loop ik langzaam terug naar de poort. De voormalige strakke indeling is hier te herkennen in de rechte lanen met bomen en het hertenkamp ertussen.





Tegen drie uur verlaat ik Elswout. Met veel geflaneer en gemijmer heb ik 5 kilometer bij elkaar gelopen, van de verwilderde buitenrand via de vloeiende landschapsstijl naar de symmetrie in het hart van het landgoed. Ik kom graag nog eens terug, zoals in het voorjaar als de stinsenplanten bloeien. Het betalen van parkeergeld voelt bijna als een vrijwillige bijdrage. Het komt ten goede aan de buitenplaats. Ik ben terug in het gekrioel van de dag. 







Geen opmerkingen:

Een reactie posten